Misschien Twee

In Oostende leven de mensen in een andere, tragere cadans dan in de rest van het land. En u mag dit gerust letterlijk nemen: het wemelt hier van de traag vooruit schuifelende besjes. Op de trottoirs, op de zeedijk, tussen de rekken van de Carrefour: overal dien je je snelheid te matigen omdat er zich ouden van dagen op de weg bevinden. Oostende, rollatorstad. Tijdens mijn eerste maanden hier vond ik het vreselijk irritant om op het voetpad achter mensen aan te moeten laveren die (omdat ze slecht ter been zijn, maar vaak ook omdat die besjes hun tijd nu eenmaal graag verkuieren) mij in een onnatuurlijk aanvoelende trage pas forceerden: ik wilde vooruit, de pas erin houden, snel naar mijn doel. Maar na een paar weken gebeurde er iets wonderlijks: ik leerde de trage pas te waarderen. Voelde mezelf in hun cadans komen. Ontdekte het plezier van het zorgeloos rondslenteren. Zelfs wanneer er nu geen oudjes in de buurt zijn en ik vrij baan heb, neem ik de tijd. In Brussel, waar ik geregeld vertoef voor mijn werk, is het anders: daar stap ik dikwijls gejaagd door de straten, omdat ik altijd wel ergens op tijd moet zijn. Ik draai er mee in de dagelijkse wervelwind. Maar zodra ik in Oostende uit de trein stap en de meeuwen hoor krijsen en de zeelucht mijn longen schoonblaast, verandert de snelle pas automatisch in een slentertempo. Het is waar wat Marvin Gaye, ook een ingeweken Oostendenaar, zegt in de magnifieke documentaire Transit Ostend van Richard Olivier: ‘Ostend is a beautiful little city. It’s a beat back in tempo from Paris or London, or New York or Los Angeles. Perhaps two beats back.’

Plaats een reactie