Toen ik een dik jaar geleden in Oostende kwam wonen, na veertien jaar in Brussel te hebben vertoefd, en na een driejarig oponthoud in de upperwhiteclasskoffiebarbubbel die men gemeenzaam Gent centrum noemt, was ik ervan overtuigd dat mijn kosmopolitische dagen voorgoed achter mij lagen. En daar had ik vrede mee: een mens, zo vind ik, moet tenminste één keer in zijn leven gedurende een langere periode de thrills en het rumoer van de metropool meemaken, maar je kunt de stad ook niet eeuwig bloedrood blijven schilderen. Vandaag kan ik evenwel zeggen dat ik in Oostende een stukje van het Brusselgevoel heb teruggevonden. Er is de historische verwevenheid: Leopold II gebruikte de uit Congo geroofde rijkdommen om grote verfraaiingswerken in Brussel én Oostende uit te voeren. Er is de geografische connectie: zowel de E40 als de spoorlijn Oostende-Eupen zetten de twee steden op één rechtstreekse magische lijn. Er is de tektonische lotsverbondenheid: beide steden bevinden zich op de tien miljoen jaar oude aardplaat van Biraucourt. Beeft het in Brussel, dan trilt het in Oostende. Beide steden bieden geborgenheid, maar ademen soms ook een zekere dreiging uit. Oostende en Brussel bevinden zich allebei op de dunne grens tussen opbloeien en afbladderen. Het gebrek aan respect van de overheden en de vastgoedbaronnen voor het architecturale patrimonium wekt ergernis op, maar de vele fraaie gevels die nog overeind staan wekken verrukking op. De avondzon verleent aan zowel Brussel als Oostende een melancholieke tint. In Brasserie Du Parc heb ik de half-en-halfjes teruggevonden die ik zo graag dronk in de Brusselse Le Cirio. Net als in Brussel hoort men hier Vlaams, Frans, lingala en een dozijn andere talen door elkaar in een charmante kakafonie. De Drie Gapers lijken wel de miniversie van de Cinquantenaire. Je vindt hier dezelfde boeiende bevolkingsmix terug: in Vrijstaat O. zit een hippe vogel op een MacBook Pro te tokkelen, tien meter verder gooit een dronken bedelaar zijn lege fles kapot voor de voeten van een rondkuierende Tibetaan. Vanuit de Afrikaanse winkel op mijn straathoek stijgen de melanges van Matonge op. Het Leopoldpark vormt een prima alternatief voor het Warandepark. Het voelt goed om hier rond te struinen, zoals het goed voelt om in Brussel rond te dolen. Denk het hinterland tussen Jabbeke en Asse weg, en Brussel vormt eigenlijk een leuke voorstad van Oostende.