Het zal nu niet lang meer duren of de TAZpoezen zullen in Oostende in het straatbeeld verschijnen: de altijd vriendelijke en charmante, in hun karakteristieke gele T-shirts gestoken vrijwilligsters die u op de diverse locaties van Theater Aan Zee met raad en daad bijstaan. Oostende is van iedereen, maar de komende weken toch vooral van TAZ. Nu moet ik eerst verhelderen dat de benaming “TAZpoezen” niet denigrerend maar vooral liefkozend is bedoeld: een man moet opletten met wat hij zegt tegenwoordig, want voor je het weet hangt er één van die nieuwe feministische scherpslijpsters in je nek. Overigens was ik van plan om ter gelegenheid van TAZ 2016 mezelf eens een week lang in een theaterbad onder te dompelen. Een plan dat intussen al in het water is gevallen: ik had online nog maar vier tickets besteld, en er was al (kosten inbegrepen) 68 euro uit mijn tas verdwenen. 68 euro! Cultuur is duur in Vlaanderen. Ik ben geen armoedzaaier (ook al heb ik mijn Rolls Royce Phantom onlangs ingeruild voor een iets compactere Jaguar Cabriolet) maar ik ben gelukkig nog niet zo blasé om niet langer te beseffen dat 16 euro (de prijs van één ticket) een niet onaanzienlijke som is. We zitten hier weliswaar nog niet aan de 100 euro die je dient af te dokken indien je in de Londonse West End naar de Billy Elliot-musical wil gaan kijken, maar toch. Voor een alleenstaande mama, die op de markt heel goed moet nadenken of ze zich die rode of witte kool wel kan permitteren, is 16 euro een bom geld. Misschien is dit wel de reden waarom je op de TAZ-voorstellingen traditiegetrouw wel veel mooi volk uit Antwerpen, Brussel en Gent ziet, maar bitter weinig echte Oostendenaren. Oostende is een armlastige stad, hier heerst armoede, de doorsnee Oostendenaar heeft het niet breed. Fantastisch dat TAZ bestaat, maar de realiteit is dat de tickets voor veel gewone Oostendenaren gewoonweg te duur zijn. En dat is jammer. Noem me naïef, maar ik geloof nog altijd dat kunst iets kan betekenen voor een mens. Die ene popsong heeft de kracht om je een andere horizon te laten zien; die hobosolo kan je laten voelen dat er daarbuiten nog een andere wereld bestaat dan de ellende waarin je dagelijks zit te ploeteren; die ene film kan je de moed geven om de dag door te komen; in dat ene theaterstuk ligt misschien de belofte op een mooier leven besloten. Helaas: zij die het zicht op die horizon het hardste nodig hebben, kunnen het zich vaak niet permitteren. Ik wel: ik ga straks kijken naar Zeestuk en naar Chet. Ik behoor dan ook tot de elite.