De terrastuin van de Koninklijke Villa, waar je als het ware boven de Venetiaanse Gaanderijen zweeft, en van waar je een luisterrijk uitzicht hebt op de Koning Boudewijnpromenade, het aanpalende strand en de zee, vormt één van de schitterendste trekpleisters van Oostende. In die magnifieke setting voert SkaGen tijdens Theater Aan Zee Zeestuk op, een theatervoorstelling over die immense abyssale vijver die de mensheid al sinds het begin der tijden zoveel dromen influistert én vrees inboezemt – de zee! Het begin: zeven vrouwen staan vanop een klein podium middenin de terrastuin roerloos als standbeelden naar de Noordzee te turen. Vanop een nog kleinere estrade staat een man in een passend blauw pak naar de vrouwen te kijken. Vanop hun houten zitbanken kunnen de toeschouwers de zee zien glinsteren, maar de theatermakers hebben aan de zeekant van de terrastuin een gigantisch raamwerk opgesteld, waardoor het lijkt alsof we naar een ingekaderd tableau zitten te kijken – een prachtig decor. In de koptelefoons die ze ons aan de ingang hebben aangereikt weerklinkt – behalve een zachte statische ruis die klinkt als elektrisch golfgeklots – omineuze muziek. Vervolgens komen de acteurs in beweging en begint het toneelstuk: in mijn koptelefoon geeft iemand uitleg bij de schilderwerken van J.M.W. Turner, de Engelse kunstschilder die altijd zeelandschappen schilderde; men heeft het over de schilders Richter, Spilliaert en Courbet; iemand vraagt zich af wat nu eigenlijk het verschil is tussen abstracte en figuratieve kunst. Ik hoor, eerlijk gezegd, veel zinnen die mijn petje te boven gaan; ik voel me verward en gedesoriënteerd; en ik begin me vertwijfeld af te vragen wat de theatermakers me nu eigenlijk willen vertellen. Maar naarmate de brandende actualiteit meer en meer begint binnen te sijpelen, begint de voorstelling formidabel aan dramatische kracht te winnen. Een grappig gesprek tussen een schilder en een journaliste (gespeeld door Korneel Hamers en Clara van den Broek) vloeit over in het hartverscheurende relaas van een vader die zijn zoon door de golven verzwolgen ziet worden en een kapitein die onverstoorbaar verder vaart. Een scène waarin een zekere Mevrouw de Kanselier – ik neem aan dat het om Angela Merkel gaat – door een interviewer het vuur aan de schenen wordt gelegd in verband met haar “Het lukt ons wel”-politiek, gaat naadloos over in een zielsaangrijpend tafereel waarin een moeder van een dorre bureaucraat te horen krijgt dat haar zoon en haar man de oversteek van de Middellandse Zee niet hebben overleefd; op het einde van die scène vuurt de acteur een vuurpijl af, en in mijn verbeelding zie ik boven de Middellandse Zee tienduizenden vuurpijlen tegelijk uiteen knallen. Op die momenten lijkt het wel alsof zelfs de meeuwen boven de terrastuin de adem inhouden; op die momenten raakt deze voorstelling een blootliggende Europese ader. Ik moet zeggen dat ik de laatste tijd een beetje afgestompt was geraakt door al die nieuwsberichten over verdronken vluchtelingen, maar ik durf ook te beweren dat Zeestuk – meer zintuiglijke ervaring dan theatervoorstelling – me weer ontvankelijk heeft gemaakt voor deze moderne tragedie. Knap, slim, en noodzakelijk Theater aan Zee.