Hoewel de Langestraat effectief een lange straat is, beperkt het epicentrum van het uitgaansleven er zich tot de dertig vierkante meter tussen de Lafayette en de Manuscript. Daar stonden mijn vriend Marco en ik onlangs weer eens van onze Duvels te nippen. En zoals zo vaak had Marco het over de ex die hij maar niet uit zijn hoofd kon zetten.
‘Katinka was echt ongelooflijk. Ze zei dat ze van me hield en een vaste relatie met me wilde, om daar vervolgens onmiddellijk aan toe te voegen dat ze het wel jammer vond dat ze nooit meer met andere mannen zou kunnen zoenen. En ze wilde me meenemen naar een parenclub. Kun je dat geloven? Op de duur deed ik het in mijn broek voor haar.’
Ik was al een beetje tipsy. Ik tuurde naar de jongens en meisjes rond mij: een panoramisch uitzicht op jeugd en zinnelijkheid. De muziek en het geroezemoes omvloeiden me als een droom.
‘De Langestraat is de droevigste plek op aarde,’ zei Marco. ‘Al die jongens en meisjes – allemaal wanhopig op zoek naar contact, maar ze klauwen allemaal langs mekaar heen. Is dat niet om ziek van te worden? Zie ze daar staan, op elkaar gepakt als vee. Straks gaan ze allemaal het transport op, op weg naar het concentratiekamp der eenzaamheid.’ Hij dronk van zijn Duveltje. ‘Jezus, buddy, de tristesse in deze stad snijdt me de adem af.’
Een meisje in een hagelwit hemdje baande zich dapper een weg naar de toog van de Manuscript. Ik wist oppervlakkig wie ze was: een werkzoekende jongedame uit Gent die ik, omdat ze kunstgeschiedenis had gestudeerd, in gedachten altijd Miss Kunstgeschiedenis noemde. Toen ze vlakbij me was riep ik: ‘Hoe zijn je sollicitaties verlopen?’
‘Goed, hé. Denk ik.’ Ze keek me vluchtig aan. ‘En nu maar wachten op nieuws.’
Ik probeerde me boven de luide muziek verstaanbaar te maken. ‘Wat zegt jouw gut feeling?’
Ze keek me verbijsterd aan.
‘Mijn wát?’
‘Jouw gut feeling!’ brulde ik. Haar mond klapte toe en ze keek me ijskoud aan. Ze zette zich weer in beweging en vervolgde haar weg naar de toog. Marco, die het natuurlijk allemaal had zien gebeuren, stond te schateren van het lachen: ‘Ik ben bang dat ze je verkeerd heeft begrepen, buddy!’ Toen werd hij ernstig. ‘In de jaren zestig was het gemakkelijk,’ zei hij. ‘De hippies reisden het land rond in een met bloemen beschilderd Volkwagenbusje, en aan de voorkant van het busje hing een spandoek met de tekst: we komen voor jullie dochters. En de vrouwen klommen zomaar aan boord en lieten zich gretig pakken. We zijn in het verkeerde tijdperk geboren, buddy.’
Op dat moment glipte Miss Kunstgeschiedenis opnieuw langs ons heen, nu met twee pintjes in de hand. We werden straal genegeerd. Marco grinnikte. ‘Vraag anders nog eens hoe het met haar kutfeeling is!’