Laatste Mens Op Aarde (3)

De laatste mens op aarde leeft in onwetendheid. Nooit heeft hij iemand in zijn nabijheid gehad om mee te praten, om van te leren, om ervaringen mee uit te wisselen, om mee te overleggen, om mee te verbroederen, om tot voorbeeld te nemen. Het meest tragische gevolg hiervan is dat de laatste mens op aarde, als allerlaatste schakel in een woordenloze keten, niet langer het vermogen heeft om de dingen te bezingen of te beschrijven. De laatste mens op aarde kan niet spreken, niet schrijven, en niet lezen, want de taal, die wonderbaarlijke grondeigenschap die het de mens heeft mogelijk gemaakt om kortstondig zijn hoogste doel te bereiken, is ergens onderweg naar de eeuwigheid verloren gegaan. De laatste mens op aarde is niet langer in staat om de dingen bij hun naam te noemen. Niemand heeft hem ooit ingelicht dat die rode schijf in de lucht ooit zon werd genoemd. De inscripties in de rotsen, de lettertekens op de marmeren sokkels, de runen in de grafheuvels: hij kent hun betekenis niet. De laatste mens op aarde ligt er niet wakker van. Hij voelt zich meestal niet slecht, zolang hij maar te eten en te drinken heeft. De laatste mens op aarde heeft geen antwoorden nodig, omdat hij geen vragen heeft. De laatste mens op aarde heeft geen meningen, geen opinies, geen opvattingen, geen overtuigingen, geen oordelen, geen ideeën, geen obsessies, geen dwangbeelden, geen idealen, geen opstellingen, geen levensbeschouwingen, geen denkbeelden en, gezien de innerlijke kracht van de zon nu heel snel afneemt, geen tijd van bedenk. Hij zoekt niet naar verklaringen en is niet op zoek naar oorzaken. Hij heeft geen nood aan het vinden van verbanden, van verwijzingen, van evenredigheden, van proporties, van motieven en gronden, van aanleiding en causaliteit, van schuld en ratio, van overeenkomsten, van redenen, van omschrijvingen en bepalingen. De laatste mens op aarde is zich niet bewust van het onomkeerbare verlies dat zijn dood zal inluiden; van het droge feit dat het mensdom na zijn heengaan een voorgoed gesloten boek zal zijn. Hij heeft er geen flauw idee van dat hij de laatste wig is die de mensheid afklemt van de totale vergetelheid. Dat hij niet langer in staat is om de dingen met hun naam aan te spreken, wil evenwel niet zeggen dat de laatste mens op aarde de dingen rond hem niet langer als wonderlijk ervaart. De laatste mens op aarde is als een kind dat met verbaasde ogen rondzwerft in een wervelstorm van gewaarwordingen. De laatste mens op aarde houdt ervan om zichzelf onder te dompelen in de rivier, om zichzelf nat te spetteren en om zich op zijn rug te laten drijven. De aanblik van de krimpende zonneschijf verschaft hem veel genoegen, maar de felle bliksemschichten die af en toe door de hemel slingeren maken hem bang. Dan trekt hij zich terug in zijn hol onder de grond, gaat hij op zijn buik op zijn bed van gras en bladeren liggen, en luistert hij onrustig naar het helse lawaai in de verte. Zo verlopen de dagen en de nachten voor de laatste mens op aarde (wordt vervolgd).

Plaats een reactie